chapter
2 Pages

Exercise 22.2

Example: Eerst doe ik de boodschappen. Dan kook ik de soep. Nadat ik de boodschappen heb gedaan, kook ik de soep.

2 Eerst zet je je tent op. Dan leg je de luchtbedden erin. 3 Eerst haalde Erik Sanne op. Toen gingen ze naar het restaurant. 4 Eerst repareren we jouw lekke band. Dan kunnen we naar school fietsen. 5 Eerst ging de storm liggen. Toen konden we de schade beoordelen.